
Schriftlezing: Johannes 10, 11-16
Schriftlezing: Johannes 21, 15-19
Uitleg en verkondiging
Gemeente van onze heer Jezus,
Na Pasen breekt voor de leerlingen en volgelingen van Jezus een nieuwe tijd aan, met nieuwe uitdagingen. Ze bereiden zich voor op is een tijd… zonder Jezus. Zonder hun meester, hun voorganger. Jezus leeft, hij is opgewekt uit de dood – hij laat zich zien, spreekt met hen – maar hij blijft niet op aarde bij zijn vrienden. Nu gaat hij weg, naar de Vader en zij blijven achter. Hoe moet dat nou?
Daarover gaat het Johannes 21, 15 vv. We treffen de leerlingen aan bij het meer van Tiberias. Jezus is dan bij hen, voor de derde keer en laatste keer na zijn opstanding. Dan en daar wijst Jezus zijn opvolger aan, die leiding zal geven aan de volgelingen van Jezus. En dat is… Petrus.
Petrus. Uitgerekend de man die Jezus verloochend heeft. Toen, in de nacht dat Jezus overgeleverd werd. Petrus ging zover mogelijk met Jezus mee, verder dan andere leerlingen. Petrus volgde Jezus tot in het hol van de leeuw – en loochende drie keer toe dat hij Jezus kende. Dat is hem kwalijk te nemen – maar niet door ons. Petrus is waarschijnlijk verder gekomen dan u of ik ooit gedaan zouden hebben. De andere leerlingen kwamen in ieder geval niet zo ver, Petrus was de enige.
Maar toch, wil Petrus de opvolger van Jezus worden dan moet dat verraad, dat te kort schieten van Petrus wel rechtgezet worden. Het moet wel goed komen tussen hem en Jezus. Jezus biedt hem daarvoor de gelegenheid. Petrus grijpt die gelegenheid aan. Drie keer heeft Petrus hem verraden, drie keer betuigt hij Jezus zijn liefde. Dat zet de zaken weer recht tussen Petrus en Jezus. Hij wordt weer in genade aangenomen.
Dat is bijzonder mooi en troostrijk. Hij die Jezus verloochend heeft wordt weer in genade aangenomen. Ze kunnen weer verder. Dat is mooi en bemoedigend: Petrus heeft de moed om schuld te belijden. Hij ontkent zijn schuld niet en verwijst niet naar anderen, hij schuift het niet af op de omstandigheden. En Jezus laat hem niet langer lijden dan nodig is. Daar kunnen wij ook bemoediging uit putten: de heer straft je blijkbaar niet ongenadig af als je je fouten erkend. Maar het moet erkend en uitgesproken worden.
Het is fijn om te horen dat het weer goed is tussen Jezus en Petrus. Het is goed om na Pasen nog eens te horen: er is vergeving voor wie schuldig is. Dat wordt ons nog eens goed duidelijk gemaakt. Maar daar eindigt het verhaal niet mee. Dit is geen eind goed – al goed.
Want het is niet alleen dat Petrus vergeven wordt – tot drie keer toe. Jezus wil ook weten waar hij aan toe is met Petrus. Hij vertrouwt hem zijn de leiding over zijn volgelingen toe, Met een beeld dat Jezus zelf gebruikt: over zijn kudde, de schapen en lammeren. En dan is het van belang om te weten:
wat doet Petrus de volgende keer als het gevaar dichtbij komt en hij voor zijn leven moet vrezen? Wat doet hij dan met de kudde, de gemeente, die Jezus aan hem toevertrouwd heeft? Zal hij er dan als een huurling ervandoor gaan, of zal hij ook zijn leven geven voor zijn kudde, zoals Jezus gedaan heeft?
Weet u wat het is met een ware goede herder: hij krijgt het voor zijn kiezen. Het is heerlijk om herder te zijn als je door de grazige weiden kunt wandelen met een tevreden, gehoorzame kudde, in de wetenschap dat de wateren der rust om de hoek liggen. Maar zo was het niet voor herders in die tijd. Zo was het niet voor Jezus en zo zal het ook niet voor Petrus. De kudde, de gemeente, zal bedreigd worden. Er zullen roofdieren zijn die de kudde uiteen willen drijven. Er zullen belhamels zijn die de kudde onrustig maken. Er zullen slechte collega-herders zijn die hun kudde een hele andere kant opsturen. De weg voert door woestijnen waar de kudde en de herder honger lijden. Er zullen diepe dalen en zwarte nachten zijn.
En wat doet Petrus dan? Blijft hij op zijn post of gaat hij er vandoor?
Jezus voorzegt hem wat hem te wachten staat: Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God. Petrus zal, in navolging van Jezus, als een goede herder zijn gemeente trouw blijven. Petrus zal niet nog een keer Jezus verloochenen. Petrus zal ook zijn leven geven voor zijn schapen. Zijn keuze voor Jezus zal betekenen dat er dingen met hem zullen gebeuren waar geen mens voor kiest. Toen Johannes dit evangelie schreef, was Petrus de marteldood gestorven. Omdat hij Jezus niet nog eens verloochend en verraden had.
En dat brengt ons bij de vraag: wat hebben wij er dan aan te weten dat Petrus de leiding van Jezus heeft overgenomen? Ik denk twee dingen.
Het eerste is van theologische aard. In de tijd van Johannes waren er grote verschillen in het christendom. Verschillende tradities over Jezus deden de ronde. Verschillende inzichten over zijn betekenis, de betekenis van zijn sterven. Over de levenspraktijk: hou je je aan de Joodse Thora als christen of niet? Een groot gedeelte van het NT gaat over die vragen. Het is ook de vraag waar Paulus mee worstelt. Paulus is niet helemaal duidelijk over wat hij precies wil, maar in zijn brieven vindt hij uiteindelijk dat de Thora heeft afgedaan en dat christenen zich daar niet aan hoeven te houden. Hij ziet Petrus als zijn grote tegenstander; die kiest er voor om de Thora vast te houden. De christelijk kerk heeft Paulus gevolgd.
De evangelist Johannes kiest een daarin positie. Hij zegt: er worden veel dingen over Jezus beweerd, er zijn veel stemmen: houd je aan de overlevering die van Jezus via Petrus komen. Niet via Paulus. Luister naar Petrus, hij was tijdgenoot, vriend, leerling van Jezus, hij was er al die tijd bij: luister naar zijn overlevering. Dat doen de andere evangelisten overigens ook.
Het tweede is van pastorale aard: hij troost de gemeente die klem zit. Zijn eigen gemeente, waar voor hij dit evangelie schrijft. En andere gemeenten. Hij vertelt dat Jezus zijn mensen niet alleen gelaten heeft toen hij terugkeerde naar God. Hij heeft een goede herder gegeven – hij geeft steeds weer goede herders om zijn gemeente, zijn kerk, te leiden. Hij geeft steeds mensen die als een goede herder zijn schapen hoedt en weidt, vermaand ook, bij de zaak van God houdt. Die de gemeente voedt met het woord van de HEER. Herders die hun leven zouden geven voor de gemeente, en daarin trouw zijn. De zorg van Jezus, de goede herder, gaat door. Steeds weer zullen er goede herders zijn. En wat Johannes betreft: goede herders staan in de traditie van Petrus.
U weet, dat de paus van de RK-kerk gezien wordt als opvolger van Petrus. Het ambt, de roeping van Petrus werd door de tijd heen doorgegeven. Niet ieder van de pausen was als Jezus en als Petrus een goede herder voor de kerk. Er zijn heel wat goddeloze pausen geweest, die op een verschrikkelijke manier God te schande hebben gemaakt.
Of de claim dat de pausen de ware opvolgers van Petrus zouden zijn terecht of onterecht is – de huidige paus Leo tracht een goede herder te zijn. Hij heeft de moed om onbekommerd het oorlogsgeweld dat momenteel de wereld teistert als onchristelijk aan te merken. Hij doet zijn best een goede herder te zijn, en wijst naar een weg uit de oorlog, naar vrede en menslievendheid. Helaas zijn de belhamels een andere mening toegedaan en vallen ze deze herder aan.
– – –
De tijd na Pasen is een vreugdevolle tijd. Er zijn veertig dagen van inkeer en boete voor Pasen – er zijn veertig dagen van juichen en zingen na Pasen. Zo’n lezing als vandaag zet dan ergens een domper. Het lijkt niet te passen om na Pasen, uitgerekend na Pasen eraan herinnerd te worden dat het waarachtig niet altijd meevalt om volgeling van Jezus te zijn. Dat het geloof soms offers vraagt, die welhaast niet op te brengen zijn.
Dat is voor ons ook niet zo urgent. Wij worden niet vervolgd en kunnen in alle vrijheid getuigen van het heil dat ons geschonken is in Jezus. Maar wij hebben te doen met desinteresse en ongeloof en gemakzucht. Zowel binnen de kerk als buiten de kerk. De kerk wordt kleiner en heeft amper meer een stem in het maatschappelijk debat. De kerk doet er niet meer toe, voor velen.
Laten we onthouden dat Johannes dit schrijft om de christelijke gemeente te bemoedigen: ooit was er iemand die zijn geloof verloochende en Jezus verried. En toen hij berouw had kreeg hij vergeving en werd een steunpilaar van de kerk.
Laten we onthouden: Jezus, de goede herder, zorgt voor de mensen die zich aan hem hebben toevertrouwd. Ook, juist als het moeilijk is. Laten we onthouden: wees niet bang, wat de kerk, de gemeente ook bedreigt. Ook al ga je als kerk door een donker dal, er is altijd een goed herder, met een staf een een stok die met je mee gaat. Die je beschermt en je naar de andere kant brengt, waar het licht is.
Laten wij onthouden: wij zijn de kudden van de HEER, laten wij ons zo gedragen en ons vertrouwen in hem stellen:
Wij zijn zijn volk, de schapen die hij hoedt
En als beminden weidt een voedt.
Amen.